Durf te vragen
- 14 feb
- 2 minuten om te lezen
Vorig jaar werd mijn pake 100 jaar. Pake is opa in het Fries. Hij beweegt zich al een hele eeuw door dit leven. Elke keer dat ik er over nadenk, ben ik er stil van. Dan mijmer ik over wie hij heeft zien komen en gaan, wat zijn ogen hebben zien veranderen in al die jaren. Ondertussen is hij gewoon mijn pake. In de zomer gaan we koffiedrinken bij het meer. Hij in de scootmobiel, ik op de fiets. In de winter bezoek ik hem thuis. Dan kijkt hij tennis. Of Olympische Spelen. En dan praten we wat. Hij toont interesse in ons leven, zet zijn gehoorapparaat soms wat harder, maar maakt nog steeds grapjes. Vandaag staan zijn ogen wat waterig. āHeb je er last van?ā vraag ik. Hij knijpt ze even samen. āJa, wel een beetjeā, zegt hij. We zijn weer stil. Ik vraag me af hoe het leven nu voor hem is, of hij er wel eens klaar mee is. Vroeger was hij een sterke, vrolijke man. Overal voor in. Hij schaatste tot zijn 80e. Kluste graag. Nu zit hij in een stoel in een veel te warme woonkamer en kijkt hij met zere ogen sport op televisie.
In mijn spreekkamer, wanneer ik aan het werk ben, is zoān stilte in het gesprek een signaal voor een specifieke vraag. Een vraag die gaat over de zin van het leven. Over toekomst. Over delen. Over rust. Over angst. Over allerlei andere dingen die ik niet kan verzinnen, maar wel te weten kan komen, als ik de vraag stel. Dat probeer ik zo neutraal mogelijk te doen. Want mensen zijn niet gewend aan de vraag, heb ik gemerkt. āHeb je wel eens gedachten aan de dood?ā vraag ik dan. Dit kan van alles betekenen. Dat doodgaan rust zou brengen. Dat iemand niet dood wil. Dat iemand wel dood wil, maar geen suĆÆcide zou plegen. Dat iemand zelfdoding wel eens overweegt als het niet beter wordt, maar daar bang van wordt, of zich daarvoor schaamt. Ze voelen intiem aan, deze gesprekken. Alsof we ons begeven in een vacuüm in de tijd. Waar het alleen gaat over wat er echt toe doet. Vaak lucht het mensen op om erover te praten. Ontstaat er een bepaalde connectie.
Terug in de warme woonkamer bij mijn pake voel ik een drempel om de vraag hier te stellen. Ik twijfel of ik zijn antwoord wil horen. Of ik hem hiermee van streek maak. Dan herinner ik mij de zin ādurf te vragenā uit een training suĆÆcidepreventie. Dus ik haal adem en vraag: āPake? Ben jij klaar met het leven?ā Hij knippert met zijn rode ogen en zegt: āNee hoor, Frouk. Ik heb het hier goed, er wordt voor mij gezorgd, ik krijg lekker te eten en zolang ik sport op tv kan kijken, vermaak ik mij nog wel.ā āBen je bang voor de dood?ā, vraag ik. āNeuhā, zegt hij monter, ādaar zie ik niet tegenop. Dood is dood.ā We zwijgen weer. Onze connectie danst tussen ons in.
Denk je aan zelfdoding of maak je je zorgen om iemand? Praten erover helpt en kan anoniem via de chat op www.113.nl of telefonisch op 113 of 0800-0113.




